flexible

2. Wat doen die vleermuizen in het bunkercomplex?
2.1. Het belang van het bunkercomplex aan het Wassenaarse Slag De Meervleermuis is een van de meest zeldzame vleermuissoorten van Nederland. In de winter kennen we in Nederland drie verblijfplaatsclusters waar deze soort voorkomt. Deze verblijfplaatsen vallen alle drie onder de Natura 2000 bescherming.De gebieden zijn de Veluwe (circa 80 dieren), Mergelgroeven in Limburg (Jekerdal, Geuldal, Bemelerberg en Savelsbos, met in totaal ca 100 dieren) en Kust van Holland (Berkheide – Meijendel met in totaal ca 250 dieren).

Het winterverblijf aan het Wassenaarse slag valt onder het cluster Berkheide – Meijendel en is daarvan de meest noordelijk verblijfplaats. Het is één van de grootste winterverblijven van meervleermuizen in Nederland. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is hier de eerste Meervleermuis waargenomen, de aantallen zijn sinds die tijd toegenomen tot een maximum van 50 dieren. Daarmee bevat dit winterverblijf circa 10 % van de winterpopulatie van Meervleermuizen in Nederland.

Behalve Meervleermuizen maken ook zeker vier andere soorten vleermuizen geregeld gebruik van het bunkercomplex aan het Wassenaarse Slag, zowel in de zomer als in de winter.

2.2. Het bunkercomplex als winterverblijfplaats van vleermuizen
Het bunkercomplex is voor de vleermuizen een winterverblijfplaats. Dit is dus iets anders dan een winterslaapplaats. Een winterverblijfplaats heeft, naast overwintering, voor vleermuizen meerdere functies, zoals paarplaats, ontmoetingsplaats, veilige rustplaats op doortrek en rustplaats voor een dag. Het bunkercomplex wordt vooral intensief gebruikt door mannetjes Meervleermuizen. De dieren wonen in de zomer in meerdere zomerverblijven binnen een straal van 30 kilometer van Den Haag, onder andere in Stompwijk, Sassenheim, Voorschoten, Hillegom, Voorhout, Wassenaar en Leiden. De gehele zomer vliegen mannetjes af en toe ‘s nachts naar de winterverblijven langs de kust van Zuid-Holland om deze te inspecteren. Soms blijft een mannetje ook overdag om te slapen. Vanaf half juli arriveren meer mannetjes permanent in de bunkers. Op dat moment worden ze ook agressief ten opzichte van elkaar en probeert ieder mannetje een eigen plek binnen het winterverblijf te veroveren. ’s Nachts, meestal pas rond 01:00 uur, gaan de dieren voor de ingang van hun winterverblijf rondvliegen om de aandacht van passerende vrouwtjes te trekken. Dit gedrag wordt zwermen genoemd. Vanaf half augustus arriveren de vrouwtjes. De meeste vrouwtjes zijn slechts op doortrek naar meer zuidelijk gelegen winterverblijven. Voor hen dient het winterverblijf van de mannetjes als ontmoetingsplek, paarplaats en als veilige rustplaats.

2.3. Kwetsbaarheid van vleermuizen tijdens de winterslaap
Vleermuizen in de winter zijn erg kwetsbaar voor verstoring. Voor de aanvang van de winter maken vleermuizen een vetreserve aan om de winter te overleven zonder eten (in de winter zijn er namelijk geen insecten, het dieet van vleermuizen). Als vliegende zoogdieren kunnen vleermuizen maar een beperkte hoeveelheid vet opslaan: ze moeten immers nog wel kunnen vliegen. De vetvoorraad van Meervleermuizen is afgepast om van oktober tot april ongeveer elke twee weken wakker te worden. In de periode voor oktober zijn Meer-vleermuizen nog niet continue in winterslaap: van juli tot oktober is de paartijd van de Meervleermuis. Op warme nachten wordt gepaard en gejaagd. Tijdens koude nachten gaan de dieren alvast slapen om energie te sparen. Als vleermuizen slapen zijn ze nog steeds in staat omgevingsprikkels waar te nemen. Belangrijke prikkels zijn: geluid, licht, temperatuursverschillen, tocht en aanraking. Voor een slapende vleermuis betekenen deze prikkels mogelijk gevaar en dus zal een dier wakker worden. Het volledig ontwaken uit de winterslaap kost veel energie, na ongeveer een half uur is een vleermuis in staat weg te vliegen. Tijdens een bezoek (bijvoorbeeld toeristische tour of na een inbraak) van een winterverblijf worden alle vleermuizen wakker (het zij door direct contact met menselijke bezoekers, hetzij indirect door contact met wakker geworden andere vleermuizen) en verliezen een deel van hun kostbare vetvoorraad. Het gevolg hiervan is dat sommige dieren de winter niet overleven. Ook als een dier de winter wel overleeft, kan het als gevolg van verstoring negatieve effecten ondervinden. Met name voor vrouwtjes Meervleermuizen zijn de gevolgen ernstig. Bij een te laag lichaamsgewicht aan het begin van het seizoen zijn vrouwtjes niet in staat zwanger te worden. Voor een langzaam reproducerende soort als de Meervleermuis (maximaal één jong per jaar) een ernstig probleem.

w.4. Bedreigingen van de vleermuizen populatie in het bunkercomplex
De laatste tijd, sinds de afsluiting, is de bunker steeds vaker opengebroken. Het aantal dieren neemt hierdoor af. De inbreker komt over het algemeen in een rustig seizoen voor toeristen, zodat hij ongestoord kan graven (kortom, winter, dus ongunstig voor vleermuizen). De meeste activiteiten zijn bovendien ’s nachts (ook ongunstig, zie boven). Een inbraak staat nooit alleen. Per inbraak wordt de bunker eenmalig opengebroken en vervolgens door één of meerdere groepen bunkertoeristen bezocht. Het duurt gemiddeld twee weken totdat de bunker weer dicht is, eenmaal heeft de bunker drie maanden open gelegen. Het gevolg van de inbraken is duidelijk: een onmiddellijke afname van de aanwezige winterpopulatie. Het duurt enige jaren voordat een populatie van een ernstige verstoring kan herstellen. Naast een afname van de totale winterpopulatie zijn nog twee negatieve effecten van de inbraken waar te nemen. De dieren gaan op andere plekken hangen. In plaats van vrij aan het plafond in het midden van de gang worden meervleermuizen steeds vaker waargenomen weggekropen in kieren of luchtkokers.

Ook de groepsgrootte waarbij dieren overwinteren verandert: waar Meervleermuizen vroeger in groepjes tot ongeveer 15 dieren bij elkaar hingen, is nu de maximale waargenomen groepsgrootte drie dieren. Bij hangplekkeuze en groepsgrootte spelen sociale interacties een rol. Om verstoring te voorkomen is het voor meervleermuizen voordeliger als individu in een kier te kruipen. De kans op verstoring door een mens of soortgenoot is dan gering. Ernstige verstoringen van vleermuizen kunnen ook optreden doordat groepen toeristische bezoekers de plaatsen gaan bezoeken waar de vleermuizen verblijven en deze van nabij willen bekijken. Dit probleem zal mogelijk minder ernstig zijn dan een inbraak, indien de rondleidingen worden beperkt tot de zomermaanden. Ook mag aangenomen worden dat de begeleiding de verstoring van de dieren kan minimaliseren. Echter licht, tocht en lawaai kunnen tot verstoring leiden. Dit is met name ongewenst in de winterverblijven, ook tijdens de zomermaanden.

http://www.vleermuis.net/de-vlen/